Bijna een jaar later.
Als ik mijn eerste blog teruglees, krijg ik nog steeds een brok in mijn keel.
Ik voel het meteen weer. Die angst. Die chaos. Die paniek.
En ja… ik heb me kapot zorgen gemaakt.
Maar ergens zat er vanaf het eerste moment ook iets anders. Een stemmetje dat zei: ik ga dit fixen.
Die kutborstkanker had de verkeerde vrouw te pakken.
Tuurlijk was ik bang. Bang om dood te gaan. Bang dat alles zou lopen zoals bij mijn moeder. Bang dat ik het niet aan zou kunnen.
En eerlijk?
Die angst is niet ineens verdwenen.
Sterker nog… hoe dichter ik bij een controle kom, hoe harder dat stemmetje weer begint te fluisteren.
“Wat als…”
Ik weet dat eerste weekend nog goed.
Wachten. Praten. Huilen. En soms zelfs lachen, omdat dat op dat moment de enige manier was om niet helemaal gek te worden.
We zeiden steeds tegen elkaar:
“Dit gaan we samen doen.” En dat hebben we gedaan.
Als ik nu terugkijk, zie ik iets heel anders dan toen.
Ik dacht dat ik misschien zou breken. Maar ik ben er dwars doorheen gegaan. Niet mooi. Niet rustig. Maar wel vooruit. Ik heb gevloekt. Geschreeuwd. Gehuild. En me soms totaal verloren gevoeld. Maar iedere keer krabbelde ik weer op.
Wat ik toen nog niet wist, was dat ik anders uit dit traject zou komen. Niet alleen omdat de behandelingen anders zijn dan vroeger. Maar omdat ík anders ben geworden.
Het grootste verschil? Ik ben eindelijk mijn grenzen gaan voelen. En misschien nog wel belangrijker… ik ben ze ook gaan bewaken.
Mijn leven is nog steeds niet altijd rustig. Met puber- en jongvolwassen zonen, werk, stress en alles wat het leven verder op je afvuurt, blijft het soms gewoon een gezellige chaos.
Alleen dender ik niet meer overal doorheen.
Ik neem vaker rust. Ik luister beter naar mijn lichaam. En ik zorg beter voor mezelf.
Misschien is dat wel de grootste verandering van allemaal.
Ik ben meer van mezelf gaan houden.
Ook mijn lichaam is veranderd.
Mijn borst is niet meer wat het ooit was. Een beetje een toverbal geworden.
De ene dag denk ik: Ach ja. De andere dag kijk ik in de spiegel en denk ik: Wat kijk ik nou eigenlijk?
In het begin vond ik dat ontzettend moeilijk. Frustrerend. Confronterend.
Maar eerlijk? Niet eens alleen door die borst.
Vooral toen mijn wenkbrauwen en wimpers verdwenen, herkende ik mezelf niet meer. Mijn haar kon ik nog wel handelen. Dat groeit uiteindelijk wel weer terug. Maar dat gezicht… dat was gewoon ik niet meer. Alsof ik een stukje van mezelf kwijt was.
Gelukkig is ook dat weer veranderd.
Langzaam kwam mijn haar terug. Mijn wenkbrauwen. Mijn wimpers. En ergens kwam ik zelf ook weer terug. Misschien zie ik er anders uit dan vroeger en is mijn lichaam veranderd, maar als ik nu in de spiegel kijk, zie ik steeds vaker gewoon weer mezelf.
En eerlijk?
Ik zie ook gewoon een mooie vrouw op leeftijd.
Misschien verandert die borst nog. Misschien ook niet.
En weet je?
Wat boeit het eigenlijk. Zolang de pijn maar minder wordt.
Ik maak er grappen over. Foute humor, sarcasme en soms opmerkingen waarvan andere mensen denken: “Tamara… echt?” Maar dat ben ik nou eenmaal.
Ik lach niet omdat ik iets wegstop. Ik lach omdat humor altijd een onderdeel van mij is geweest. Ook als ik verdrietig ben. Ook als ik onzeker ben. Ook als ik baal van wat ik in de spiegel zie.
Over het algemeen gaat het eigenlijk gewoon goed.
Ik leef. Ik lach. Ik geniet weer van de mensen om me heen. En misschien ben ik wel meer mezelf dan ooit.
Maar één ding is hetzelfde gebleven.
De angst.
Die zal misschien nooit helemaal verdwijnen.
En dat is misschien wel het eerlijkste verhaal van allemaal.
Ik leef. Ik krabbel op. Ik ga vooruit.
Maar soms, als een controle dichterbij komt of als ik een pijntje voel dat ik niet kan plaatsen, is hij er weer.
Dat stemmetje.
“Wat als…”
En weet je?
Dat mag er ook zijn.
Want dapper zijn betekent niet dat je nooit bang bent.
Het betekent dat je, ondanks die angst, toch blijft leven.
En dat is precies wat ik iedere dag opnieuw probeer te doen. 🤍