De boeken in mijn hoofd die ik eindelijk durf te openen

Gepubliceerd op 28 maart 2026 om 13:49
Persoonlijk verhaal van Tamara over de gedachten in haar hoofd en het proces van durven voelen en verwerken


Als je mij tien jaar geleden had verteld dat ik ooit mijn hele leven zou opschrijven, had ik je waarschijnlijk keihard uitgelachen.

Ik zei vroeger namelijk altijd voor de grap: “Ik zou eigenlijk boeken kunnen schrijven over mijn leven.”

Mensen lachten dan een beetje mee. Ik ook.

Maar achteraf denk ik dat het eigenlijk helemaal geen grap was.

Schrijven heeft me altijd getrokken. Net als fotografie, websites bouwen en alles waarbij ik iets kon creëren. Mijn hoofd zit zelden stil. Zodra ik ergens enthousiast van word, duik ik er het liefst met beide benen in.

Tijdens een langdurige therapie ontdekte ik jaren geleden al dat schrijven rust gaf. Zodra mijn gedachten op papier stonden, werden ze overzichtelijker. Alsof mijn hoofd eindelijk even adem kon halen.

Toch deed ik daar daarna jarenlang nauwelijks meer iets mee.

Het leven ging gewoon door.

Werken.

Kinderen.

Zorgen.

Regelen.

Overleven.

En eerlijk gezegd was ik daar best goed in geworden.

Totdat de borstkanker zich meldde.

Die had duidelijk geen zin om achteraan aan te sluiten. Ze schoof gewoon aan, alsof er nog wel een stoel vrij was aan een tafel die eigenlijk al overvol zat.

Tijdens mijn behandeling begon ik weer een website te bouwen. Dat voelde vertrouwd. Creatief bezig zijn heeft mij altijd geholpen.

Mijn plan was eigenlijk heel simpel. Ik ga schrijven over mijn borstkanker.

Niet omdat ik zo nodig mijn verhaal met de wereld wilde delen, maar omdat ik uit ervaring wist dat schrijven helpt. Ik wilde mijn hoofd leegmaken, mijn gedachten ordenen en misschien weer een klein beetje grip krijgen op alles wat er ineens gebeurde.

Meer was het eigenlijk niet. Tenminste… dat dacht ik.

Want terwijl ik schreef over mijn operatie, de bestralingen en de chemokuren, gebeurde er iets wat ik totaal niet had zien aankomen.

Steeds vaker kwamen er herinneringen boven. Niet omdat ik ernaar op zoek was. Ze dienden zichzelf gewoon aan. Tijdens het typen. Onder de douche. Tijdens een wandeling. Of ineens midden in de nacht.

Geen grote dramatische scènes. Maar kleine flarden van vroeger. Situaties waarvan ik dacht dat ik ze allang een plek had gegeven. Mensen die ik jaren niet had gezien. Gevoelens waarvan ik niet eens meer wist dat ze nog ergens in mij zaten.

En iedere keer dacht ik: “O ja… dát is ook nog gebeurd.”

Langzaam begon ik te beseffen dat ik helemaal niet alleen een website over borstkanker aan het bouwen was. Zonder dat ik het doorhad, begon ik voorzichtig de boeken in mijn hoofd open te slaan. Boeken waarvan ik jarenlang had gezegd dat ik ze ooit nog eens zou schrijven. Misschien lagen ze al die tijd niet op mij te wachten. Misschien was ík nog niet klaar om ze te openen.

In het begin dacht ik nog dat ik gewoon mijn borstkanker van me af aan het schrijven was.

Maar met iedere blog gebeurde er iets bijzonders. Steeds vaker dwaalden mijn gedachten af naar momenten die helemaal niets met kanker te maken hadden. Alsof mijn hoofd zachtjes zei:

“Nu je toch bezig bent… kijk hier ook eens naar.”

Ik kreeg steeds vaker flashbacks. Geen complete films, maar kleine stukjes van mijn leven. Gebeurtenissen die ik jarenlang had meegedragen zonder me ooit echt af te vragen wat ze met mij hadden gedaan.

Want dat was altijd mijn manier geweest.

Niet te lang stilstaan. Schouders eronder. Door.

Pas tijdens het schrijven ontdekte ik dat vertellen iets heel anders is dan voelen. Ik had mijn verhalen best vaak gedeeld. Met vrienden, familie of tijdens een goed gesprek. Maar zodra zo’n gesprek voorbij was, ging het leven weer verder.

Schrijven doet dat niet.

Je leest je eigen woorden terug. Je denkt opnieuw na. Je stelt jezelf vragen waar je vroeger misschien snel aan voorbijging.

Langzaam begon ik niet alleen mijn verleden beter te begrijpen, maar vooral mezelf.

Mijn leven bestaat uit prachtige hoofdstukken, maar ook uit hoofdstukken die ik zelf liever had overgeslagen. Een jeugd die me gevormd heeft. Relaties waarin ik mezelf soms kwijtraakte. Rechtszaken die jarenlang energie kostten. De voortdurende zoektocht naar rust. Voor mijn kinderen, maar ook voor mezelf. En later natuurlijk ook nog de borstkanker.

Soms vraag ik me af hoeveel hoofdstukken een mens eigenlijk nodig heeft voordat hij denkt:

“Zo… nu is het wel even genoeg geweest.” Blijkbaar had het leven daar af en toe een andere mening over.

Gelukkig bestaat mijn verhaal niet alleen uit moeilijke hoofdstukken.

In 2012 kwam Eric opnieuw mijn leven binnen. Mijn jeugdliefde.

Niet iemand die mijn verleden kon uitwissen. Dat kan niemand. En ook niet iemand die ervoor zorgde dat vanaf dat moment alles vanzelf goed ging. Integendeel.

Juist in de jaren daarna kregen we samen behoorlijk wat voor onze kiezen. Verdriet. Stress. Verlies. Rechtszaken. Zorgen. En uiteindelijk ook mijn borstkanker.

Ons leven werd geen sprookje.

Maar iedere storm die we samen doormaakten, maakte onze relatie sterker.

Wat Eric me misschien wel het meest heeft gegeven, is de ruimte om mezelf te blijven ontwikkelen. Hij heeft me nooit geprobeerd te veranderen. Hij moedigde me juist aan om hulp te zoeken wanneer dat nodig was, eerlijk naar mezelf te kijken en te blijven groeien.

Misschien is dat wel één van de grootste cadeaus die je iemand kunt geven.

Tijdens verschillende therapieën leerde ik veel over trauma’s, triggers en patronen. Dat heeft me enorm geholpen.

Maar achteraf voelt het alsof schrijven nóg een laag dieper ging.

Niet omdat schrijven therapie vervangt.

Maar omdat het me dwong om echt stil te blijven staan. Waarom deed iets nog steeds pijn? Waarom reageerde ik zoals ik reageerde? Waarom bleven sommige gebeurtenissen me raken, terwijl ik dacht dat ik ze allang een plek had gegeven?

Ik merkte dat ik niet alleen verhalen aan het opschrijven was. Ik was mezelf stukje bij beetje opnieuw aan het leren kennen. En zonder dat ik het doorhad, begonnen de puzzelstukjes langzaam op hun plek te vallen. Misschien is dat wel de grootste ontdekking geweest.

Niet alles wat ik heb meegemaakt. Dat wist ik al. Maar ontdekken wat al die gebeurtenissen met mij hebben gedaan.

En vooral… wie ik daaronder eigenlijk altijd ben gebleven. Ik ontdekte geen nieuwe Tamara.

Ik ontdekte juist steeds meer de Tamara die al die tijd al aanwezig was.

Onder verdriet. Onder verantwoordelijkheden. Onder trauma’s. Onder zorgen. Onder het altijd maar doorgaan.

Ze was er nog steeds. Ik moest haar alleen weer terugvinden.