We begonnen in Oman.
Een schoon, warm land.
Lieve mensen.
Maar vooral… rust.
Een rust die niet alleen om me heen zat,
maar ook ergens vanbinnen voorzichtig begon te landen.
Alsof mijn hoofd daar voor het eerst in lange tijd
even zachter mocht staan.
Geen ruis.
Geen moeten.
Alleen… zijn.
Daarna door naar India.
En India is alles tegelijk.
Prachtig. Intens. Chaotisch.
En soms ook gewoon: hoe dan?!
Mijn lijf deed niet automatisch mee. Allesbehalve.
De vermoeidheid.
De pijnlijke gewrichten.
Het oedeem, de fibrose, de neuropathie.
En die ribben…
Die ribben deden er soms nog een schepje bovenop.
Wat een pijn heb ik daar gehad.
Elke beweging voelde ik.
Soms was een simpele ademhaling al genoeg
om me weer volledig terug in mijn lijf te trekken.
En er waren momenten dat ik er gewoon moe van was.
Moe van het vechten.
Dat ik dacht:
komt dit ooit nog echt goed?
En toch… gebeurde er iets.
Niet omdat de pijn weg was.
Niet omdat alles opgelost was.
Maar er kwam rust.
In Ranthambore National Park gebeurde iets wat ik nooit ga vergeten.
De tijgers.
De stilte.
De natuur.
Het voelde bijna alsof ik even ergens anders was.
Alsof alles stilviel.
Maar ook… alsof iedereen die we moeten missen
er even bij was.
Dat moment draag ik met me mee.
De rest van de reis bracht precies wat we nodig hadden.
Klankschalen.
Gesprekken.
Stilte.
Samen zijn.
De klankschalen brachten iets in mijn lijf wat ik lang niet had gevoeld.
Alsof mijn hele systeem even mocht ontspannen.
En de gesprekken…
Met de mensen daar,
maar vooral met Eric.
Dat waren geen gewone gesprekken.
Dat waren gesprekken die binnenkomen.
Die iets openbreken.
Die je raken op plekken waar je normaal een beetje omheen leeft.
We zijn al vaker in India geweest,
maar deze reis heeft ons opnieuw wakker geschud.
We hebben gepraat.
Echt gepraat.
Niet over lijstjes of plannen,
maar over wat er vanbinnen zit.
En we kwamen tot iets simpels —
en toch zo lastig:
We moeten dit vaker doen.
Stilstaan.
Voelen.
Bewust zijn van wat we denken.
Want wat je denkt… doet iets met je.
Met je lijf.
Met je energie.
Met hoe je de dag ingaat.
We hebben goed voor onszelf gezorgd.
Gezond gegeten.
Veel geslapen.
Tukkies gedaan (ja… ik luister soms wél 😉)
En langzaam begon mijn lichaam weer een beetje mee te werken.
Mijn haar, wimpers en wenkbrauwen groeien weer.
En hoe.
Kleine dingen misschien.
Maar geloof me —
voor mij zijn dat geen kleine dingen.
Ik begin mezelf weer een beetje terug te zien.
En toch was het niet alleen maar “zen”.
Mijn lijf bleef zeuren.
De pijn bleef.
Mijn ribben bleven aanwezig.
Maar er waren ook zóveel mooie dagen.
Dagen waarop ik kon genieten.
Dagen waarop mijn hoofd rustiger werd.
Dagen waarop het leven weer even licht voelde.
Niet omdat alles goed was.
Maar omdat er ruimte kwam
om het te laten zijn.
Wat ik misschien nog wel het meest heb gevoeld deze reis…
is hoe dankbaar ik ben.
Voor Eric.
Voor hoe hij er altijd is.
Juist als het zwaar is.
Voor mijn jongens.
En laat ik daar eerlijk in zijn —
want dat hoort ook bij dit verhaal.
Ik hou zielsveel van ze. Echt.
Maar op dit moment… is het niet altijd genieten.
We zitten in een fase die schuurt.
Waarin ze hun eigen weg zoeken, hun eigen keuzes maken —
en ik daar niet altijd achter sta.
Ik wil ze beschermen.
Voor alles.
Maar de leeftijd waarin ze zitten
werkt daar niet echt aan mee.
Ze denken het zelf beter te weten.
En misschien hoort dat ook zo.
Ik hoop dat het goedkomt.
Dat we elkaar blijven vinden.
Maar makkelijk is het niet.
En toch…
zijn zij mijn alles.
Ze laten me elke keer weer zien
waar het écht om draait.
Mijn zoon Joah is sinds kort vrijgezel.
En hij verwoordde iets wat me raakte,
omdat het zo puur was:
“Ook al is het gezellig met jullie…
het is anders.”
En hij heeft gelijk.
Hoeveel liefde er ook is,
hoe fijn het ook kan zijn samen —
dat is niet hetzelfde als iemand naast je
die je aanvult.
Een partner.
Een gelijkwaardige connectie.
Iemand met wie je je leven deelt op een andere laag.
Dat is wat hij bedoelde.
En dat besef… kwam binnen.
Dat gevoel van gemis.
Van hoe belangrijk het is
wie er naast je loopt in het leven.
Dat besef heeft me mijn moeder ook beter doen begrijpen.
Zij was al zo lang alleen.
Ik zie nu dingen die ik toen niet zag.
Dat je je doodalleen kunt voelen,
zelfs met mensen om je heen.
Dat gemis niet altijd zichtbaar is,
maar wel alles kan kleuren.
En misschien is dat ook waarom die angst er soms is.
De angst om iemand te verliezen.
Of om zelf weg te vallen.
Niet constant.
Maar als een onderstroom.
Maar wat deze reis me vooral heeft laten voelen…
is dat liefde blijft.
Ook als het schuurt.
Ook als het verandert.
Ook als het niet perfect is.
Inmiddels zijn we weer thuis.
En het gewone leven draait weer door.
Werk.
Huishouden.
Koken.
Alles.
Maar iets is anders.
Er zit meer rust.
Meer vertrouwen.
Die angst is er soms nog wel.
Maar hij bepaalt niet meer alles.
Wat ik meeneem?
Dat je niet moet wachten tot alles “goed” is.
Want dat moment komt misschien nooit.
Dat je moet uitspreken dat je van elkaar houdt.
Dat je tijd moet maken. Echt tijd.
En dat je — hoe cliché ook —
in het nu moet leven.
Deze reis ga ik nooit vergeten.
Met alles wat erbij hoorde.
Het mooie.
Het rauwe.
Het ongemakkelijke.
En ja… ook de momenten waarop ik dacht:
waar zijn we in hemelsnaam beland.
Maar boven alles:
Het was het waard.
Dit is het einde van mijn reisverhaal.
En misschien ook wel
het begin van iets nieuws.