Ik ben bang om te verliezen wat ik het liefste heb

Gepubliceerd op 22 maart 2026 om 17:29


We begonnen onze reis in Oman. Een warm, schoon land met vriendelijke mensen en vooral iets waar ik al heel lang naar verlangde: rust. Niet alleen de rust om me heen, maar ook de rust in mijzelf. Alsof mijn hoofd daar voor het eerst in lange tijd even wat zachter mocht staan. Geen afspraken, geen ziekenhuis, geen moeten. Gewoon even zijn.

Daarna reisden we door naar India. En India is alles tegelijk. Prachtig, chaotisch, intens, ontroerend, vermoeiend en soms ook gewoon: hoe dan?

Mijn lijf besloot ondertussen vooral zichzelf te blijven. De vermoeidheid was er nog. De pijnlijke gewrichten. Het oedeem. De fibrose. De neuropathie. En mijn ribben vonden nog steeds dat zij de hoofdrol verdienden. Wat heb ik daar soms een pijn gehad. Er waren dagen waarop iedere beweging voelbaar was en zelfs ademhalen me eraan herinnerde dat mijn lichaam nog lang niet klaar was met herstellen.

En eerlijk? Soms was ik daar gewoon moe van. Moe van het vechten. Moe van het aanpassen. Moe van steeds weer hopen dat het binnenkort beter zou gaan.

Maar ergens onderweg gebeurde er iets. Niet omdat de pijn verdween. Niet omdat alles ineens opgelost was. Maar omdat er langzaam ruimte kwam voor rust. Voor accepteren dat het even is zoals het is. Voor genieten van wat er wél was, in plaats van alleen bezig zijn met wat er nog niet was.

Want als ik eerlijk ben, waren het niet de plekken die deze reis zo bijzonder maakten.

Het waren de gesprekken.

De stilte.

De klankschalen.

De momenten waarop Eric en ik eindelijk weer eens echt tijd hadden voor elkaar.

Geen werk.

Geen afspraken.

Geen dagelijkse drukte.

Gewoon samen.

We hebben gepraat. Niet over boodschappenlijstjes of wat er volgende week moest gebeuren. Maar over het leven. Over wat ons bezighoudt. Over wat pijn doet. Over waar we dankbaar voor zijn. En over hoe makkelijk het is om door te blijven rennen zonder stil te staan bij wat er echt toe doet.

We zijn al vaker in India geweest, maar deze reis heeft ons opnieuw wakker geschud. Want wat je denkt, doet iets met je. Met je lichaam. Met je energie. Met hoe je naar jezelf kijkt. Met hoe je naar de mensen om je heen kijkt.

En voor het eerst in lange tijd gaf ik daar ook echt aan toe. Ik heb gedaan wat veel mensen me al maanden adviseerde. Rust genomen. Goed gegeten. Geslapen. Middagdutjes gedaan als mijn lijf daarom vroeg. Niet overal tegenin gevochten. Ja ja, soms luister ik dus wel degelijk.

En langzaam begon ik mezelf ook weer een beetje terug te zien. Mijn haar groeit terug. Mijn wenkbrauwen zijn terug van weggeweest. Mijn wimpers doen enthousiast mee. Kleine dingen misschien, maar geloof me, voor mij zijn dat helemaal geen kleine dingen. Iedere ochtend zie ik weer iets meer van mezelf terug in de spiegel. En dat voelt als winst.

Wat ik misschien nog wel het meest heb gevoeld tijdens deze reis, is dankbaarheid.

Dankbaarheid voor Eric.

Voor hoe hij er altijd is. Juist als het moeilijk wordt. Juist als ik zelf even niet zo sterk ben als ik graag zou willen zijn. Voor zijn geduld, zijn humor, zijn liefde en zijn vermogen om me steeds weer met beide benen op de grond te zetten als mijn hoofd alle kanten op vliegt.

En misschien klinkt dat gek na al die jaren samen, maar soms heb je een moment nodig om weer écht te voelen hoeveel iemand voor je betekent. Niet omdat je het vergeten bent. Maar omdat het leven soms zo druk wordt dat je vooral bezig bent met alles draaiende houden.

Terwijl juist de mensen van wie je het meest houdt de reden zijn waarom je het allemaal doet.

En natuurlijk voel ik ook dankbaarheid voor mijn jongens.

En laat ik eerlijk zijn: dat gaat niet altijd vanzelf. We zitten in een fase waarin ze hun eigen weg zoeken, hun eigen keuzes maken. Soms keuzes waar ik niet achter sta, soms keuzes waar ik me zorgen over maak.

Toch zijn ze mij alles.

En dat besef kwam deze reis misschien wel harder binnen dan ooit.

Joah zei laatst iets wat me enorm raakte. Hij vertelde hoe anders het voelt om geen relatie meer te hebben. Hoe gezellig het thuis ook kan zijn en hoeveel liefde er ook is binnen een gezin, het is anders.

En hij heeft gelijk.

Er is iets bijzonders aan iemand die naast je loopt. Iemand met wie je het leven deelt. Iemand die je begrijpt op een manier die niemand anders kan.

Maar eigenlijk was dat besef al eerder deze reis binnengeslopen.

Misschien wel tijdens al die gesprekken. Tijdens de stilte. Tijdens de momenten waarop ik vooral voelde hoeveel de mensen thuis voor mij betekenen.

Eric.

De jongens.

Onze dieren.

Ons thuis.

Ons leven samen.

Het was er natuurlijk altijd al. Maar ik denk dat ik tijdens mijn ziekte nog meer ben gaan beseffen hoe belangrijk dat allemaal voor me is. Waar India allemaal wel niet goed voor is! 

Dat juist die mensen de kern vormen van mijn geluk.

En dat je niet moet wachten met zeggen hoeveel je van iemand houdt.

Niet omdat ze het misschien niet weten.

Maar omdat liefde soms ook uitgesproken mag worden.

Misschien is dat ook waarom ik de afgelopen tijd steeds vaker heb nagedacht over verlies.

Niet vanuit angst.

Maar vanuit liefde.

Omdat er mensen zijn die ik simpelweg niet kwijt wil of alleen wil laten.

 

Het besef hoeveel geluk ik heb dat Eric en ik elkaar na al die jaren opnieuw hebben gevonden.

Dat we elkaar na meer dan twintig jaar weer tegenkwamen.

En dat we vanaf dat moment eigenlijk nooit meer zonder elkaar zijn geweest.

Natuurlijk is ons leven veranderd. We zijn ouder geworden. We hebben verliezen meegemaakt. Mijn moeder overleed. Ik kreeg kanker. We kregen te maken met reuma, zorgen om de kinderen, de overgang en alles wat het leven onderweg nog meer op je pad gooit.

Maar één ding is nooit veranderd.

Wij.

En misschien is dat precies waarom die gedachte me soms raakt.

Ik kan me simpelweg geen leven zonder hem voorstellen.

Na kanker kijk je daar toch anders naar. Tenminste, ik wel.

Je beseft ineens dat tijd niet oneindig is.

Dat je niet moet wachten met zeggen dat je van iemand houdt.

Niet moet wachten met die knuffel.

Niet moet wachten met dat gesprek.

Niet moet wachten met herinneringen maken.

Wat deze reis me uiteindelijk vooral heeft geleerd, is dat liefde blijft.

Ook als het schuurt.

Ook als het moeilijk is.

Ook als het leven niet perfect verloopt.

Liefde blijft.

 

Inmiddels zijn we weer thuis. Terug in het gewone leven. Met werk, wassen, boodschappen, afspraken en alles wat daarbij hoort. Maar er is iets veranderd.

Er is meer rust.

Meer vertrouwen.

Meer bewustzijn.

Die angst is er soms nog steeds. Maar hij bepaalt niet langer alles.

En misschien is dat wel het mooiste wat ik uit deze reis heb meegenomen.

Niet dat alles goed is.

Niet dat mijn lijf ineens meewerkt.

Niet dat het leven ineens eenvoudig is geworden.

Maar dat ik opnieuw heb gevoeld wat echt belangrijk is.

De mensen van wie ik hou.

De tijd die we samen hebben.

En het besef dat liefde misschien wel het enige is dat uiteindelijk echt telt.

 

Misschien is dat precies waarom ik soms bang ben om te verliezen wat ik het liefste heb.