Ik was 24 en zwanger van mijn eerste zoon, Ziggy, toen mijn moeder ziek werd.
Na een bezoekje aan het ziekenhuis voor overgangsklachten, kwam zij buiten met de diagnose borstkanker. Dat zij hieraan zou overlijden, was toen nog helemaal geen sprake van. Ze kreeg de keuze tussen een borstbesparende operatie of een borstamputatie. Zij koos voor het laatste, in de hoop dat het daarmee afgedaan zou zijn. En dat werd haar later ook verteld. Alleen heeft ze daarna nog vele reconstructies moeten ondergaan voordat alles eindelijk weer een beetje normaal eruitzag en ze zonder pijn door het leven kon.
Mijn zwangerschap werd, door de angst en de vrees haar toch kwijt te raken, behoorlijk overspoeld door alles wat er speelde. Natuurlijk maakte ik me druk om mijn moeder. Ik was nog jong, zwanger, en mijn zoon moest zijn oma gewoon leren kennen. Gelukkig werd ze na een tijdje schoon verklaard en ging het leven voor haar en voor ons weer door alsof er niets aan de hand was. Al moet ik wel zeggen dat mijn moeder nooit meer fit is geweest.
In diezelfde periode kreeg ook mijn tante, de zus van mijn moeder, borstkanker. Wat een raar toeval dat je als zussen tegelijkertijd borstkanker krijgt. Zij kreeg een borstbesparende operatie. Jaren later, in 2015, kreeg zij opnieuw borstkanker, dit keer kalkspatten. Ook daarvan genas ze gelukkig weer.
In oktober 2016 verhuisde mijn moeder, na haar hele leven in Rotterdam te hebben gewoond, naar Duiven. Lekker dichtbij ons. Zodat we, als er ooit iets met haar zou zijn, er binnen een paar minuten zouden zijn. Wat een geluk dat zij zo dichtbij kwam wonen. Ze genoot intens van hoe wij haar huisje voor haar opknapten. Na al die jaren was het even wennen, zo weg uit Rotterdam, maar ze was daar ook maar alleen. En iedere keer wanneer we elkaar wilden zien, moesten we ver rijden. Dit was veel makkelijker.
We kwamen bijna elke dag bij elkaar op de koffie. De ene keer maar een uurtje, de andere keer langer. We belden elke dag. Heel soms sloegen we eens een dagje over, maar eigenlijk was er altijd contact.
Ik vergeet nooit meer de dag dat ze voor het eerst voor haar controles naar het ziekenhuis in Zevenaar ging. Ze had gevraagd of ze een keer een echo kon krijgen; die had ze al jaren niet gehad. De radioloog zette het echo-apparaat bij haar hals, bij de lymfeklieren, schoof een paar keer op en neer. Zijn gezicht sprak boekdelen. We voelden in onze onderbuik allebei een naar gevoel. Ze zagen “van alles” zitten. Meteen werden er puncties gedaan. Wat zij op dat moment gevoeld moet hebben… dat zal altijd een raadsel blijven. Een ding is zeker het zal verwoestend zijn geweest. Ik weet wel hoe ík me voelde. En ik dacht alleen maar:
Oh nee… hier gaan we weer. Maar dit keer is het echt niet best. De wereld zakte onder mijn voeten vandaan.
Uit de uitslag bleek dat het dezelfde borstkanker was als vijftien jaar daarvoor. Ondanks haar borstamputatie. Waarschijnlijk was er toch iets blijven rondzwerven. Inmiddels was de kanker uitgezaaid in haar lymfeklieren en zelfs naar haar buikvlies. Iets wat bijna nooit voorkomt bij borstkanker, maar bij haar wél.
Mijn moeder ging opnieuw een traject in van ziekenhuis in en uit. Van 2017 tot 2021 draaide alles om afspraken, scans en behandelingen. Er werd gezegd dat het een palliatieve behandeling (levensverlengend) zou zijn. Ze zou nog een aantal jaren kunnen hebben. In het begin leek dat ook zo te zijn. Maar uiteindelijk bleven de scans niet stabiel en werd het erger en erger.
Ik ging altijd met haar mee naar het ziekenhuis, of een enkele keer Eric. Altijd waren we bij haar! Niemand anders. Ik was er om haar te ondersteunen, gewoon om bij haar te zijn. Maar langzaam ging ik er zelf ook aan onderdoor. Om haar deze strijd te zien voeren. Prik hier, prik daar. Onderzoek hier, medicatie daar. Ik vond het verschrikkelijk om telkens weer op die afdeling te moeten komen met al die zieke mensen en die trieste gezichten.
Mijn moeder probeerde positief te blijven, soms zelfs overdreven. Dan praatte ze zo hard en opgewekt dat ik dacht: oh jeetje mam, doe maar iets minder. Ondanks alles bleef zij vechten. Een sterke strijd. Maar mijn moeder had ook al zóveel meegemaakt in haar leven. Het was allemaal loodzwaar.
Na de eerste chemokuren leek ze er nog redelijk doorheen te komen. Maar toen er opnieuw chemo nodig was om langer te leven, zei ze dat ze dit niet meer wilde. De vorige kuur was haar zo tegengevallen. Het was haar keuze, maar ik heb me vaak afgevraagd: waarom heb je het toch niet nog een keer geprobeerd…
De keer dat we laat op de avond naar de spoedeisende hulp in Arnhem gingen. We moesten lang wachten. En toen eindelijk de hulp kwam, moest ik aan de kant blijven staan en toekijken hoe ze mijn moeder verschrikkelijk veel pijn deden om puncties uit haar buik te nemen. Ze zat vol vocht en dat deed verschrikkelijk pijn.
We wisten dat ze misschien geen jaar meer zou halen. Al zei de oncoloog steeds dat het wel goed zou komen. Maar je voelt soms feilloos aan dat dingen anders gaan lopen. De zomer kwam eraan en we wilden nog één mooie herinnering met haar maken. Nog één vakantie. Uiteindelijk zijn we met haar, wij en de jongens naar Gran Canaria gegaan. Het was prachtig, maar ook loodzwaar. Ze zat toen al in een rolstoel. Haar gedrag veranderde. Ze was moe. Ze was er klaar mee.
Eenmaal terug in Nederland kon ze bijna niet meer in de taxi komen. We stonden te stuntelen om haar dat ene kleine opstapje in te krijgen. Ze kon het gewoon niet meer. Dat moment vergeet ik nooit. Dat was het bewijs: dit gaat niet lang meer duren.
Mijn moeder had niet veel geld. Ze had ook geen goede verzekering. Ze wilde graag dat ik haar uitvaart zou regelen en haar rouwkaart zou maken. Zo’n pietje-precies als ik ben, heb ik dat gedaan en zorgde ervoor dat met het geld wat er was een mooie uitvaart kon plaatsvinden.
Ook heb ik dat jaar ervoor trouwens nog een crowdfunding opgezet. Van dat geld zijn we nog een weekend naar Parijs geweest, haar grote droom. Ik blijf iedereen die daaraan heeft bijgedragen eeuwig dankbaar.
We wisten al maanden dat zij euthanasie wilde wanneer ze het genoeg zou vinden. We waren net terug van vakantie, En toen zei ze ineens:
“Ik wil dat het volgende week gebeurt.”
Ik sloeg stijl achterover. Nu al? Vanaf dat moment ging ik in een soort zombie-modus. Regelen. Zorgen. Door.
De laatste ochtend (06-09-2021) maakten we haar huis mooi met bloemen. Eric had een diavoorstelling gemaakt met foto’s en teksten. Iedereen had iets voor haar geschreven. Ziggy, Joah, mijn tante en oom, mijn nichtje met haar man waren erbij. Zelfs een tante uit Australië was online aanwezig.
Mijn moeder zat op de bank in haar uitgekozen jurk om definitief te gaan slapen. Nog wat laatste foto’s, en op haar slaapkamer de laatste gesprekken van afscheid voor wie wilde.
Ik ben lang heel verdrietig en boos geweest dat IK geen persoonlijk gesprek meer met haar heb gehad. Geen één-op-één moment. Ik was druk met iedereen voorzien van drankjes ect, en keek enorm op tegen het moment dat het echt zou gaan gebeuren. Mijn moeder was niet heel open over haar gevoel tegen mij. En het gesprek wat ik al veel eerder gewild had, kwam er nooit. Achteraf gezien had ik dat zelf aan moeten gaan, om dingen uit het verleden op te helderen. Dit doet me tot de dag van vandaag nog steeds veel pijn.
Toen ging de bel. De huisarts. Ze stak nog snel een laatste sigaret op.
“Nog gauw een peuk,” zei ze.
We dronken champagne, en draaide nog haar favoriete vakantie nummer Danza Kuduro. Het was haar eindfeest. Net als haar vader ooit. Met een drankje en taart. In haar geval met een sigaret.
Mijn opa had prostaatkanker uitgezaaid naar zijn botten. Hij koos voor euthanasie en een laatste feestje met een borrel & taart. Zittend op zijn bed naast hem blies hij zijn laatste adem uit.
Die middag overleed mijn mamsie in mijn armen. De vrouw die mij het leven gaf, verliet het leven nu in mijn armen. Dat gevoel kan ik met geen woorden beschrijven. WAAROM, en wanneer ontwaak ik uit deze nachtmerrie. Ik lag daar maar, bij haar, en mijn hele leven met haar flitste door mij heen. Nu moet ik verder zonder ouders. (Mijn vader is al heel lang niet meer in beeld, maar daar een andere keer meer over).
Ik wilde alleen gelaten worden. Ik wilde bij haar zijn zonder iemand erbij. Ik huilde mijn ogen uit mijn kop en mijn hart voelde alsof het er tergend langzaam uitgetrokken werd. Later nam ik afscheid van iedereen en bleef ik alleen achter in haar huis om de mevrouw die mijn moeder kwam balsemen te ontvangen. Dit was mijn eigen keus, alleen zijn met mijn moeder en weten wat er ging gebeuren. Uiteindelijk hielp ik de mevrouw, waar ik nog altijd van opkijk dat dit mij geen trauma beelden heeft opgeleverd.
Aan het einde van de dag moest ik haar achter laten in haar mooie kamer, die er uit zag als Droomvlucht in de Efteling. (Haar favoriete attractie) alleen liggend op haar mooi opgemaakte bed. Verschrikkelijk!
De dagen daarna was een soort waas. Ik werd geleefd. Zittend naast haar bed praatte ik tegen haar. Ruimde haar spullen op. Ik hoopte zo stellig iets te vinden van een briefje. Iets voor mij. Maar ik heb het nooit gevonden. Gelukkig stuurde ze de avond voor haar euthanasie wel een waardevol bericht.
Het was toen Corona tijd en het was lastig om met veel mensen samen te komen. Toch organiseerde ik een dag om afscheid te nemen. Iedereen die wilde mocht bij haar thuis langskomen en kon zo rustig afscheid van haar nemen in haar mooie kamer. Het was ontzettend fijn zoveel lieve mensen te zien die dag. De bloemenzee die uiteindelijk ontstond in haar slaapkamer was verbluffend.
Een paar dagen later is zij gecremeerd in besloten kring.
Toen haar as opgehaald kon worden, zijn we vlak daarna naar Marmaris gegaan. Haar geliefde plek in Turkije. Vroeg in de ochtend, met uitzicht op de stille zee en de bergen, hebben we daar een gedeelte van haar as uitgestrooid. Toen de as de bodem raakte, verscheen er heel een hartvorm. Het was intens emotioneel.
Een paar jaar verstreken. Er veranderde veel in ons leven. Ik kreeg een fantastische baan, alles ging weer beter. Na bijna twee jaar en een aantal EMDR behandelingen verder had ik alles weer redelijk op de rit. Natuurlijk blijft het gemis, het verdriet. De boosheid soms ook. Maar ik dacht dat ik alles een plekje had gegeven. Dat de ellende grotendeels voorbij was.
Tot 15 mei 2025.
Na mijn twee jaarlijkse mammografie werd ik dit keer doorgestuurd voor een echo. “Er is iets verontrustends te zien,” zei de radioloog. En toen kreeg ik zelf de diagnose borstkanker. De angst was dubbel. Angst voor mezelf. Maar vooral de angst dat ik het hetzelfde pad zou moeten belopen als mijn moeder. Die eerste dagen na de diagnose waren ongelofelijk zwaar.
Sinds ik zelf in dit traject zit, kijk ik wel anders naar mijn moeder. Nu pas snap ik waarom ze soms zo was. Je kunt niet in iemands hoofd kijken als je het zelf niet draagt. Wat ik haar vroeger kwalijk nam, kan ik nu beter plaatsen. Bij mij komt het straks volgens mijn oncoloog “weer goed”. Maar die angst of het niet terug komt, zal nooit helemaal weggaan.
Zij leefde daarin, elke dag. Alleen. Zonder partner. Met alleen ons. Ze voelde zich vaak een last. Ze praatte niet, ze sloot zich op in zichzelf. Ook toen ze wist dat ze zou sterven. Ik had het anders aangepakt. Maar ik zie nu hoe bang en eenzaam ze moet zijn geweest. En dat maakt me minder boos. Maar nog steeds van tijd tot tijd intens verdrietig.
Net voor mijn mammografie, op 15 mei 2025, vertelde mijn tante mij dat ze voor de derde keer borstkanker had. Alsof het universum even extra hard op de pauzeknop drukte. Deze keer was er geen andere mogelijkheid dan een borstamputatie. En toch… zo sterk als zij is, heeft ze ook deze ronde weer doorstaan. Inmiddels gaat het weer redelijk goed met haar. Ik heb zo’n diepe bewondering voor hoe zij dit al drie keer heeft moeten meemaken. Drie keer die klap. Drie keer die angst. Maar ze is er nog. En hopelijk blijft dat ook nog heel, heel lang zo.
Sinds het overlijden van mijn moeder heb ik ook een betere band met mijn tante gekregen. We kunnen praten, echt praten, over van alles. En dat is fijn, dat is waardevol. Zij heeft destijds erfelijkheidsonderzoek laten doen, waar niets uit kwam. Geen erfelijke belasting. In het begin van mijn traject liet ik ook het erfelijkheidsonderzoek doen. Inmiddels testen ze veel uitgebreider. Daar kwam ook niets uit. Niet erfelijk belast. Hoe bizar is het dan, dat er toch drie vrouwen in één familie borstkanker krijgen? Soms snap je het leven gewoon niet. Maar één ding weet ik wel: mijn tante en ik zijn strijders. En we gaan ervoor!
Mijn behandelingen zijn preventief, zeggen ze. Alles is weggehaald. Als er nog wat rond had gezworven na mijn operatie, zou nu alles vernietigd moeten zijn. Maar een onbezorgd leven… dat lukt denk ik niet meer zoals vroeger. Hoe positief ik ook ben. Hoe sterk ik ook lijk. Af en toe maakt het je zó klein.
Het begon bij mijn moeder. Jaren later stond ik er zelf. En daartussen mijn tante. Drie vrouwen, één ziekte. Het is een hoofdstuk uit mijn leven dat ik nooit had willen schrijven, maar dat nu wel bij mij hoort. Daarom wil ik dit afsluiten met iets heel simpels en heel belangrijks: neem je titty’s serieus.
Check ze. Laat ze controleren. Ga op bevolkingsonderzoek in. En voel je ook maar iets geks? Ga. Meteen naar je dokter. Niet morgen, niet later. Want hoe eerder je erbij bent, hoe groter de kans dat je het kunt navertellen.
Mijn verhaal stopt hier even, maar misschien begint het jouwe wel in de reacties hieronder. Ik lees het graag 🤍
Reactie plaatsen
Reacties