Vanmorgen heb ik besloten dat vandaag mijn haar eraf gaat.
Ik belde mijn kapper Frank met de vraag of ik na sluitingstijd kon langskomen, zodat hij, zonder publiek, mijn hoofd kaal kon scheren. Ik weet nog niet precies hoe ik erop ga reageren, maar ik heb er vol vertrouwen in dat het me zal meevallen.
Het moment is daar.
In de avond gaan we richting de kapperszaak. Joah gaat mee.
Even wachten, want er zijn nog wat vrienden van Frank in de winkel. Maar dan is het moment daar: alles eraf. Ik ga in de stoel zitten, Frank maakt op verzoek wat minuscule vlechtjes om te bewaren. Het is bijna lachwekkend hoe klein die rattenvlechtjes nog maar zijn, maar ach, een beetje herinnering mag wel.
Voldemort of Smeagol.
Dan begint Frank met scheren. Eerst houd ik mijn handen voor mijn ogen, bang hoe ik eruit zal zien. Ziggy hielp me niet echt geruststellen: “Mama, je gaat op Voldemort lijken!” Joah gooide er nog een schepje bovenop: “Nee mama, je gaat gewoon op Smeagol lijken.” Nou, fijne vooruitzichten.
De eerste baan van voor naar achteren gaat over mijn hoofd, en toch gluur ik stiekem door mijn vingertoppen. Mwah, valt mee. Ik haal mijn handen weg en zie hoe strook voor strook mijn hoofd steeds kaler wordt. Er valt nog best veel haar af; ik dacht dat minstens de helft al weg was door de chemo. Eigenlijk was ik nooit echt blij met mijn haar — te dun, te stijl — hopelijk komt het straks beter als ooit terug.
De kale realiteit.
Wanneer Frank klaar is, bekijk ik mezelf in de spiegel. “Wat is dit raar om te zien!” roep ik meerdere keren. Het is vreemd om jezelf zonder haar te zien, dit is iets wat je nog nooit voor ogen hield te moeten meemaken. Maar eerlijk? Het is helemaal niet zo lelijk. Emotioneel? Niet echt. Tuurlijk, ik had liever mijn haar behouden, maar ik was erop voorbereid. Waarom treuren als ik het ook kan omarmen?
Volgens Frank heb ik er een mooie kop voor en ben ik nog steeds een lekker wijf. De pruik zit in mijn tas, ik had eigenlijk gepland hem meteen op te zetten als ik de winkel uit zou lopen. Joah vind dat niet nodig: “Mama, je ziet er prima uit.”
Vrijheid in de wind.
En weet je wat? Hij heeft gelijk. Zonder pruik of doek loop ik door de wind terug naar de auto. Fris, vrij en helemaal mezelf. Vanaf vandaag ben ik een kale knikker — en ik schaam me er geen seconde voor.
Kleine bonus van zelfspot.
En het beste van alles? Minder haar = minder poetsen. Plakrollers zijn vanaf nu overbodig, haren in bed bestaan niet meer en de shampoo voorraad gaat hopelijk nog eens drie maanden mee. Win-win!