Iemand zag mij

Gepubliceerd op 2 juli 2026 om 16:26

 

Iemand zag mij

Vier minuten te laat.

Dat was niet helemaal de binnenkomst die ik voor ogen had.

De poort ging niet open, ik stond eerst ook nog bij het verkeerde gebouw en terwijl ik naar binnen liep dacht ik alleen maar: Echt hè… Tamara.

Achteraf moet ik er eigenlijk om lachen.

Want ik had geen idee dat ik ruim een uur later met rode wangen, een brok in mijn keel en een hoofd vol nieuwe dromen weer naar buiten zou lopen.

Toen ik uiteindelijk binnenkwam, liep er een ontzettend vriendelijke vrouw naar me toe. Nog geen vijf minuten later hadden we het over Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Hoe groot is de wereld eigenlijk?

Vanaf het eerste telefoongesprek had ik al een goed gevoel over haar. Zo’n onderbuikgevoel waarvan je eigenlijk meteen weet: dit komt goed. En soms klopt dat gewoon.

We begonnen te praten over mijn gezondheid, mijn werk en mijn toekomst. Eigenlijk vertelde ik haar al vrij snel veel meer dan ik van plan was. Nou ja… veel meer… volgens mij heb ik haar ongeveer mijn halve levensverhaal verteld.

Hoe verder het gesprek ging, hoe vaker ze zei: “Tamara, jij hebt ontzettend veel kwaliteiten.” Even later zei ze het weer. En daarna nóg een keer. Ik glimlachte, bedankte haar en ging weer verder met vertellen.

Maar diep vanbinnen dacht ik ook: Ja hoor… dat zal wel. Niet omdat ik haar niet geloofde. Maar omdat complimenten nog steeds niet vanzelfsprekend bij mij binnenkomen. Vroeger wuifde ik ze bijna altijd weg.

Tegenwoordig lukt het me steeds vaker om gewoon “dankjewel” te zeggen.

En geloof me… Dat is al een hele overwinning.

Op een gegeven moment schoof ik mijn cv naar haar toe. “Die wil je vast ook even zien.”

Nog voordat ze echt begon te lezen, zag ik haar gezicht veranderen. “Wauw…”

“Wat ziet dit er professioneel uit.”

“Hier hoef ik je echt niet mee te helpen.”

“Dit ga ik aan mijn collega’s laten zien.”

Er gebeurde iets.

Ik weet nog precies dat ik dacht:

Hè…?

Alsof mijn hoofd nog niet helemaal kon geloven wat ik hoorde.

Maar eigenlijk was ik nog helemaal niet bij het mooiste aangekomen.

Ik zei:

“Ik wil je eigenlijk nóg iets laten zien.”

“De afgelopen maanden heb ik een levend portfolio gemaakt.”

Ik vertelde haar dat ik daar in eerste instantie heel praktisch aan begonnen was. Ik dacht dat ik misschien opnieuw moest solliciteren. Dat ik werkgevers iets wilde laten zien wat verder ging dan een standaard cv.

En toen floepte er ineens een zin uit waarvan ik zelf niet eens wist dat hij al in mijn hoofd zat.

“Mijn cv is mijn verleden.”

“Mijn LinkedIn is mijn toekomst.”

“Maar dit boek…”

“…dat ben ik.”

Achteraf dacht ik alleen maar:

Waar haalde ik dat ineens vandaan?

Maar hoe langer ik erover nadenk…

…hoe meer ik voel dat het precies klopt.

Ze pakte mijn portfolio aan en begon er rustig doorheen te bladeren.

En ik?

Ik keek volgens mij vaker naar haar gezicht dan naar mijn eigen boek. Bij iedere pagina zag ik haar blik veranderen. Ze bleef maar bladeren en ondertussen werd ze steeds enthousiaster.

“Wauw…”

“Wat bijzonder.”

“Wat mooi gemaakt.”

“Hier zit zóveel werk in.”

En toen zei ze ineens:

“Tamara… dit ga ik echt aan mijn collega’s laten zien.”

Ik voelde mijn wangen warm worden.

En geloof me… dat gebeurt niet zo snel. Meestal heb ik mijn woordje namelijk wel klaar. Maar nu niet. Ik zat daar gewoon een beetje te glimlachen terwijl ik steeds nieuwsgieriger werd naar haar reactie.

Er gebeurde iets. Niet alleen bij haar. Ook bij mij.

Ze bladerde verder. Mijn LinkedIn kwam voorbij. Mijn website. Mijn creatieve projecten. Zelfs mijn naaldvilten. En iedere keer hoorde ik weer iets als:

“Wat ben jij creatief.”

“Je hebt zóveel talent.”

“Hier zit veel meer in dan je zelf denkt.”

Eerlijk?

Ik weet niet eens meer precies welke complimenten ze allemaal gaf. Het waren er zoveel dat ik ze onmogelijk kan onthouden.

Maar één gevoel weet ik nog heel goed.

Ze zag mij.

Niet alleen een mooi vormgegeven portfolio.

Niet alleen een cv.

Niet alleen iemand die opnieuw op zoek moet naar werk.

Ze zag de mens daarachter.

En dat raakte me veel meer dan ik op dat moment liet merken.

Terwijl zij rustig verder bladerde, flitste er van alles door mijn hoofd.

Ik dacht terug aan de avond waarop ik met dit portfolio begon. Eigenlijk was het helemaal geen bijzonder idee. Ik wilde gewoon iets maken waarmee een toekomstige werkgever kon zien wie ik ben en wat ik allemaal heb gedaan. Meer niet.

Tenminste… Dat dacht ik.

Maar ergens onderweg veranderde dat.

Iedere pagina die ik schreef, bracht herinneringen terug waarvan ik bijna vergeten was dat ze bestonden.

Projecten.

Ideeën.

Oplossingen.

Mensen die ik had geholpen.

Situaties waarin ik verantwoordelijkheid had genomen.

Problemen die ik had opgelost zonder erbij stil te staan.

Steeds vaker dacht ik:

Verdorie… Dat heb ík dus gewoon gedaan.

Niet omdat iemand mij vertelde dat ik het kon.

Maar omdat ik het al die jaren gewoon had gedaan.

Alleen had ik mezelf daar nooit echt de waardering voor gegeven.

Ik keek vooral naar wat ik níét had. Geen indrukwekkende stapel diploma’s. Geen standaard carrière. Geen keurige route van A naar B.

Maar tijdens het schrijven begon ik eindelijk ook te zien wat er wél was.

Nieuwsgierigheid.

Doorzettingsvermogen.

Creativiteit.

Liefde voor mensen.

Een enorme drang om te blijven leren.

Langzaam vielen al die losse puzzelstukjes op hun plek.

Ik bouwde helemaal geen portfolio.

Ik bouwde mijn eigen spiegel.

Eentje waarin ik voor het eerst niet keek naar alles wat ik tekortkwam, maar naar alles wat ik onderweg was geworden.

En misschien was dát wel de grootste verrassing van allemaal.

Ik begon aan dit boek omdat ik dacht dat een werkgever moest ontdekken wie Tamara is.

Terwijl uiteindelijk…

Tamara dat zelf ontdekte.


Toen ik weer naar de auto liep, voelde ik het pas echt.

Mijn ogen prikten. Mijn wangen waren nog steeds warm. En ergens moest ik ook een beetje lachen.

Niet om wat er was gebeurd.

Maar om mezelf.

Ik dacht alleen maar:

Wauw…

Dit dus.

Onderweg naar huis belde Ziggy. Gewoon even vanaf zijn werk.

“Mam, hoe ging het?”

Ik vertelde dat het ontzettend goed was gegaan. Hij reageerde zó lief. Het waren misschien maar een paar zinnen, maar precies op dat moment voelde ik opnieuw die brok in mijn keel.

Soms zijn dat de momenten waarop je ineens beseft hoeveel liefde er eigenlijk al die tijd al om je heen was.

En toch…

Één mooi gesprek verandert natuurlijk niet ineens mijn hele verleden.

De behoefte om gezien te worden is niet gisteren ontstaan. Die draag ik al veel langer met me mee. Misschien wel mijn hele leven.

Als je jarenlang bent gekleineerd, onderschat of het gevoel hebt gekregen dat je nooit goed genoeg bent, dan ga je daar op een gegeven moment zelf ook een beetje in geloven. Niet bewust. Heel langzaam. Bijna ongemerkt.

Je gaat harder werken.

Nog beter je best doen.

Nog meer voor anderen zorgen.

Je probeert jezelf steeds opnieuw te bewijzen, in de hoop dat iemand ooit zegt:

“Ik zie jou.”

En weet je?

Dat deden mensen soms ook.

Eric doet dat al jaren. Vanaf het moment dat we elkaar opnieuw ontmoetten, heeft hij mij gestimuleerd, gerespecteerd en het vertrouwen gegeven dat ik veel meer kan dan ik zelf dacht. Ook collega’s hebben me regelmatig laten weten hoe zij mij zagen. Hoe hard ik werkte. Hoe betrokken ik was. Hoeveel ik organiseerde.

Alleen luisteren oude overtuigingen nu eenmaal niet zo goed.

Die fluisteren soms nét iets harder dan alle complimenten die je krijgt.

En precies daarom raakte dit gesprek mij zo diep.

Niet omdat Lourdes iets zag wat er gisteren nog niet was.

Maar omdat ze, zonder mijn verleden te kennen, precies benoemde wat er al die tijd al zat.

Alsof iemand eindelijk hardop uitsprak wat ik zelf voorzichtig begon te vermoeden.

En misschien…

Misschien was dat precies wat ik nodig had.

Niet om iemand anders te worden.

Maar om mezelf eindelijk een beetje meer te geloven.

Want als ik terugkijk op mijn leven, zie ik niet alleen verdriet.

Ik zie ook een vrouw die, hoe vaak ze ook werd teruggeworpen, altijd weer opstond.

Na alles wat er gebeurde bleef ik nieuwsgierig. Ik bleef leren. Ik bleef bouwen. Ik maakte websites, fotografeerde, organiseerde, leerde mezelf nieuwe dingen en zorgde met liefde voor anderen.

Zelfs wanneer iemand mij vertelde dat ik niets waard was, bleef er ergens diep vanbinnen een klein stemmetje fluisteren:

Ik wil groeien.

Ik denk dat dát stemmetje me al die jaren overeind heeft gehouden.

En het is er nog steeds.

Sterker nog…

Ik heb het gevoel dat het de afgelopen maanden alleen maar harder is gaan praten.

Door mijn website.

Door mijn verhalen.

Door mijn portfolio.

Door alle gesprekken die ik heb gevoerd.

En vooral…

Door alles wat ik onderweg over mezelf heb ontdekt.

De oude pijn zal er vast nog weleens zijn.

Sommige opmerkingen zullen me waarschijnlijk altijd blijven raken. Sommige dagen zal ik nog steeds aan mezelf twijfelen. En bepaalde triggers zullen me soms heel even terugbrengen naar een versie van mezelf waarvan ik dacht dat ik haar allang had losgelaten.

Maar er is één groot verschil.

Ik blijf daar niet meer wonen.

Ik weet steeds beter hoe ik in elkaar steek. Ik herken mijn valkuilen sneller, luister eindelijk naar mijn onderbuikgevoel en krabbel iedere keer weer overeind.

Misschien is dát wel de grootste groei.

Niet dat mijn verleden verdwenen is.

Maar dat het niet langer bepaalt wie ik vandaag ben of wie ik morgen kan worden.

Ik weet niet wat er de komende jaren allemaal nog op mijn pad komt.

Misschien vind ik een baan waar ik helemaal op mijn plek ben. Misschien komen er nieuwe dromen bij. Misschien blijven sommige dromen nog even dromen. Dat weet ik allemaal niet.

Wat ik inmiddels wél weet, is dat ik mezelf niet langer klein wil maken. Ik hoef niet meer voortdurend te bewijzen dat ik iets waard ben. Ik mag groeien. Ik mag fouten maken. Ik mag hulp vragen. En ik mag eindelijk vertrouwen op dat stemmetje diep vanbinnen dat al die jaren is blijven fluisteren dat er meer in mij zit.

Toen ik maanden geleden aan mijn portfolio begon, dacht ik dat ik bewijs aan het verzamelen was voor een toekomstige werkgever.

Nu weet ik dat ik eigenlijk iets heel anders aan het verzamelen was.

Bewijs voor mezelf.

Mijn cv vertelt waar ik ben geweest.

Mijn LinkedIn laat zien waar ik naartoe wil.

Maar dit boek…

Dat ben ik.

En misschien…

Misschien was ik al die tijd al veel meer dan ik zelf ooit heb durven geloven. 🤎