Het aanstaan heb ik nog steeds niet verleerd.
Ik heb wel geleerd om steeds vaker rust te pakken. Dat is een verwarrende zin hè? Maar wel waar.
Ik ben nog steeds ik.
Enige tijd was het stil op mijn website. Niet omdat ik niets te vertellen heb. Integendeel. Mijn hoofd zit voller dan vol.
De afgelopen weken waren een wirwar van onderzoeken, mogelijke reuma, gesprekken met bedrijfsartsen, werkzaken, pijn, verdriet, familie, de honden, gezond koken, proberen te sporten en af en toe gewoon niet compleet gek worden.
En ja…
dan schiet het schrijven er soms een beetje bij in.
Er zijn nog genoeg pagina’s op mijn website die af moeten. Normaal gesproken zou ik mezelf volledig voorbijlopen om dat allemaal af te krijgen. Maar dat is misschien wel één van de belangrijkste dingen die ik de afgelopen tijd heb geleerd.
Af en toe pas op de plaats maken.
Rust nemen.
Niet alles vandaag hoeven doen.
Al voelt dat soms nog steeds alsof ik iets stiekem verkeerd doe.
Misschien is dat ook wel één van de redenen waarom het hier zo stil was.
Niet alleen omdat er weer onderzoeken, controles en gesprekken waren. Maar ook omdat mijn hoofd simpelweg overuren draaide. Ik wilde mijn website verder afmaken, gezonder eten, meer bewegen, er voor mijn gezin zijn, alles uitzoeken over mijn gezondheid en ondertussen ook nog genieten van de dagen waarop het wél goed ging.
Alleen had mijn lichaam daar inmiddels een heel andere mening over.
Steeds vaker merkte ik dat ik niet meer eindeloos door kon blijven gaan zoals vroeger. Dat ik soms gewoon even moest gaan zitten. Even ademhalen. Even accepteren dat niet alles vandaag hoeft.
En eerlijk?
Dat blijft soms nog best lastig.
Vroeger voelde rust nemen bijna als opgeven. Tegenwoordig begin ik langzaam te ontdekken dat het misschien juist een vorm van goed voor mezelf zorgen is.
Ondertussen draaide het leven natuurlijk gewoon door.
Of nou ja…
“Gewoon.”
Want de eerste borstcontrole na mijn behandeling kwam eraan.
Ik dacht eigenlijk dat ik daar best ontspannen onder was.
Dat bleek een vrij optimistische gedachte.
De stress liep zo hoog op dat mijn fysiotherapeut op een gegeven moment zei:
“Bel de mamacare nou maar en vraag advies, want dit trek je niet meer.”
En eerlijk?
Ze had gelijk.
Ik scheet werkelijk in mijn broek van angst.
Mijn borst deed gezellig mee en werd keihard van de spanning. De fibrose reageert namelijk uitstekend op stress. Daar hoeven we geen onderzoek meer naar te doen.
Na overleg werd besloten om de foto’s een maand eerder te maken.
Je wilt niet weten wat er dan allemaal door je hoofd gaat.
Nou ja…
Misschien weet je dat juist wel.
Veel mensen die zo’n traject hebben doorlopen zullen het herkennen. Je begint weer voorzichtig vooruit te kijken, krijgt langzaam weer een beetje vertrouwen en ineens flitst je hele leven weer voorbij.
Alsof je hoofd denkt:
“Weet je wat leuk is? Laten we alle rampscenario’s nog een keer afspelen.”
En tegelijkertijd liep ook het onderzoek bij de reumatoloog.
Na maanden van ontstekingen, dikke gewrichten, worstvingers en pijnen die steeds terugkwamen, werd er een breed bloedbeeld geprikt en werden foto’s gemaakt van mijn handen en schouders. Er volgen nog echo’s en binnenkort krijg ik de definitieve uitslagen.
Niet veel later belde mijn oncoloog. Eigenlijk om te overleggen wat we met de hormoontherapie moesten doen, omdat ik daar al een tijd mee gestopt was.
Maar het gesprek kreeg een andere wending.
Misschien moest ik toch maar eerder contact opnemen met de reumatoloog.
Mijn bloedwaarden zagen er namelijk niet echt gezellig uit.
De mogelijkheid bestaat dat de chemo de reuma tijdelijk heeft stilgelegd en dat die nu weer opvlamt. Misschien zelfs erger dan voorheen.
Eerlijk?
Ik had wel vaker pijnen. Soms meer, soms minder.
Maar reuma?
Ik weet nog niet zo goed wat ik daarvan moet vinden.
Aan de ene kant heb ik het vermoeden dat ik hier misschien al veel langer mee rondloop en jarenlang op adrenaline ben blijven doorgaan, om vervolgens later de rekening te betalen.
Aan de andere kant ben ik het ook gewoon zat dat mijn lichaam steeds nieuwe verrassingen lijkt te bedenken.
Toch geeft een mogelijke verklaring ook hoop.
Misschien valt er iets te behandelen.
Misschien kan het zelfs beter worden.
Ik weet het gewoon nog niet.
Wat ik wél weet, is dat pijn hebben ellendig is. Constante, zeurende pijn aan veel… heel veel gewrichten.
De neuropathie aan mijn rechterkant is er ook nog steeds. En soms verlang ik naar een periode waarin mijn lichaam even geen nieuw hoofdstuk toevoegt aan een boek dat inmiddels al dik genoeg is.
Maar goed…
Dat overleven we ook wel weer.
Vroeger was ik daarna gewoon weer doorgelopen.
Nu ga ik soms eerst even zitten.
Misschien ben ik inderdaad geen duizendpoot meer.
Dan zijn er ook nog de gesprekken op mijn werk.
Op de één of andere manier blijven die altijd nog een tijdje in mijn hoofd rondspoken. Ik ben nu eenmaal een denker. Een analyseerder. Soms speel ik een gesprek wel honderd keer opnieuw af. Wat werd er precies gezegd? Hoe werd het bedoeld? En waarom blijft juist dát zinnetje zo hangen?
Vier jaar lang heb ik met ontzettend veel liefde en plezier gewerkt op het kasteel. Het is de plek waar Eric en ik elkaar ons jawoord hebben gegeven, waar herinneringen liggen aan mijn moeder en waar ik mezelf langzaam zag groeien. Misschien was het daarom voor mij ook nooit zomaar een baan.
Juist daarom doet het pijn dat ik diep vanbinnen eigenlijk al weet dat dit hoofdstuk waarschijnlijk ten einde loopt. En precies op onze trouwdag staat er ook nog een gesprek gepland met de arbeidsdeskundige. Soms heeft het leven een gevoel voor timing waar zelfs de slechtste scenarioschrijver zich voor zou schamen.
Het afgelopen anderhalf jaar heb ik niet alleen afscheid moeten nemen van een stuk gezondheid. Ik nam ook afscheid van mensen. Van vriendschappen waarvan ik altijd dacht dat ze zouden blijven. Van verwachtingen die ik blijkbaar zelf had gecreëerd. En misschien nog wel het moeilijkst: van het idee dat sommige mensen altijd naast je blijven lopen, wat er ook gebeurt.
Dat bleek niet altijd zo te zijn.
Ik ben iemand die graag blijft. Die meedenkt, helpt en het liefst iets voor een ander betekent. Misschien verwacht je daardoor onbewust ook dat anderen dat doen wanneer jij degene bent die het moeilijk heeft. Maar het leven werkt niet altijd zoals jij zelf bent.
Sommige mensen verdwijnen.
Andere contacten verwateren langzaam.
En weer anderen blijken alleen een stukje met je mee te lopen.
Dat heeft me verdriet gedaan. Meer dan ik ooit had verwacht.
Want hoe neem je eigenlijk afscheid van iemand die nog gewoon leeft? Hoe rouw je om een vriendschap die nooit echt eindigt, maar stilletjes steeds verder uit elkaar groeit?
Ik heb daar nog steeds niet helemaal het antwoord op.
Wat ik inmiddels wel weet, is dat ik niet meer overal achteraan loop. Niet meer overal mijn energie in steek en ook niet meer voor alles blijf vechten. Niet omdat het me niets meer kan schelen, maar omdat ik simpelweg heb ontdekt dat mijn energie niet oneindig is.
En misschien…
Misschien is dat helemaal geen verlies.
Misschien is dat juist een les die ik nog moest leren.
Soms voelt het alsof ik mezelf een beetje voor de gek houd. Niet omdat ik doe alsof het goed gaat, maar omdat ik er bewust voor kies om ook te blijven genieten terwijl ik tegelijkertijd doodsbang kan zijn.
Ik plaats een foto van een wandeling met de honden terwijl ik ondertussen wacht op uitslagen. Ik geniet van een mooie zomerdag, ook al doen mijn gewrichten pijn. En ik kan oprecht lachen om iets grappigs, terwijl mijn hoofd zich tegelijkertijd zorgen maakt over morgen.
Vroeger dacht ik dat dat betekende dat ik mezelf voor de gek hield.
Nu denk ik daar anders over.
Misschien is dat gewoon leven.
Misschien mogen angst en geluk prima naast elkaar bestaan. Net als verdriet en dankbaarheid. Misschien hoef je niet te wachten tot alles perfect is om vandaag toch een mooie dag te mogen hebben.
En weet je wat misschien wel het mooiste moment van de afgelopen weken was?
Dat Ziggy ineens belde.
Gewoon even vanaf zijn werk om te vragen hoe het met me ging. Of ik veel pijn had. En of we misschien binnenkort samen ergens konden gaan lunchen.
Niet veel later belde Joah ook.
Met een hulpvraag.
Iets wat hij normaal eigenlijk nooit doet.
Dat ontroerde me.
Niet omdat ik vergeten was wat ik allemaal ben kwijtgeraakt, maar omdat ik ineens weer extra voelde wat er óók nog allemaal is. Misschien worden mijn jongens groter. Misschien hebben ze mij minder nodig dan vroeger.
Maar blijkbaar ben ik nog steeds hun moeder.
En blijkbaar heb ik toch iets goed gedaan.
Misschien ben ik geen duizendpoot meer.
Vroeger ging ik overal dwars doorheen.
Moe?
Door.
Pijn?
Door.
Stress?
Door.
Tranen?
Eerst afmaken.
De rekening kwam later wel.
En geloof me…
Die rekening weet me tegenwoordig feilloos te vinden.
Dus tegenwoordig rust ik vaker.
Ik drink mijn koffie wat langzamer. Ik kijk wat vaker naar buiten. Ik wandel met de honden, kook gezond en probeer bewuster te genieten van de kleine dingen. Niet omdat ik ineens zen ben geworden — was het maar zo — maar omdat ik langzaam begin te begrijpen dat mijn lichaam niet meer leeft op de reservevoorraad waar ik jarenlang uit heb geput.
Ik blijf gewoon Tamara.
Alleen wel een Tamara die steeds beter begrijpt dat het leven geen wedstrijd is.
Misschien duurt mijn herstel daardoor wat langer.
Mijn plannen ook.
Mijn website.
Mijn dromen.
Maar misschien…
Misschien is dat helemaal niet erg.
Misschien ben ik geen duizendpoot meer.
En misschien hoef ik dat ook niet meer te zijn. 🤎