Misschien ben ik geen duizendpoot meer

Gepubliceerd op 12 juni 2026 om 19:49
Een persoonlijk verhaal over vertragen, loslaten, omgaan met onzekerheid, mogelijke reuma, herstel na borstkanker en het ontdekken van je eigen waarde door het schrijven van een levend portfolio.


Misschien ben ik geen duizendpoot meer

Het aanstaan heb ik nog steeds niet verleerd.

Ik heb wel geleerd om steeds vaker rust te pakken. Dat is een verwarrende zin hè? Maar wel waar.

Ik ben nog steeds ik.

Enige tijd was het stil op mijn website. Niet omdat ik niets te vertellen heb. Integendeel. Mijn hoofd zit voller dan vol.

De afgelopen weken waren een wirwar van onderzoeken, mogelijke reuma, gesprekken met bedrijfsartsen, werkzaken, pijn, verdriet, angst, een portfolio bouwen, familie, de honden, gezond koken, proberen te sporten en af en toe gewoon niet compleet gek worden.

En ja… dan schiet het schrijven er soms een beetje bij in.

Er zijn nog genoeg pagina’s op mijn website die af moeten. Normaal gesproken zou ik mezelf volledig voorbijlopen om dat allemaal af te krijgen. Maar dat is misschien wel een van de dingen die ik de afgelopen tijd geleerd heb.

Af en toe pas op de plaats maken.

Rust nemen.

Niet alles vandaag hoeven doen.

Al voelt dat soms nog steeds alsof ik iets stiekem verkeerd doe.

 

Misschien is dat ook wel een van de redenen waarom het hier zo stil was.

Niet alleen omdat er weer onderzoeken, controles en gesprekken waren. Maar ook omdat er in mijn hoofd ontzettend veel gebeurde.

Terwijl ik bezig was met het schrijven van mijn portfolio, veranderde er iets.

Ik begon mezelf anders te zien.

Niet als die vrouw zonder indrukwekkende diploma’s.

Niet als die vrouw die altijd dacht dat ze harder moest werken om zichzelf te bewijzen.

Maar als iemand die eigenlijk al heel veel heeft opgebouwd.

En eerlijk? Dat heeft misschien nog wel meer indruk op me gemaakt dan ik vooraf had verwacht.

Het levende portfolio begon eigenlijk heel praktisch. Ik dacht: als ik straks om wat voor reden dan ook fysiek of mentaal niet meer terug kan keren in mijn oude functie, dan kom ik waarschijnlijk in spoor 2 terecht. Daar komen arbeidsdeskundigen bij kijken, UWV-coaches en mogelijke werkgevers.

Dus ik dacht: ik bouw iets. Een soort uitgebreide versie van mijn cv.

Alleen gebeurde er onderweg iets wat ik totaal niet had verwacht.

Schrijven deed ik al. Reflecteren deed ik al. Maar ik had geen idee wat dit met mij zou doen.

Op een gegeven moment rolden de tranen over mijn wangen. Niet alleen vanwege alles wat ik heb meegemaakt, maar ook omdat ik mezelf ineens veel beter begon te zien.

Ik heb mezelf jarenlang tekort gedaan blijkbaar.

Ik kraakte mezelf liever af dan dat ik trots op mezelf was.

Ik ben een autodidact. Ik heb mezelf ontzettend veel aangeleerd.

Door omstandigheden stopte ik vroeger met school. En ergens heb ik daardoor altijd het gevoel gehouden dat ik op werkgebied niet helemaal meetelde. Alsof ik altijd iets miste wat anderen wel hadden.

Toen ik op het kasteel terechtkwam veranderde daar iets in.

Mijn droomplek.

Onze trouwplek.

Een plek vol herinneringen aan mijn moeder.

Aan de mensen die erbij waren.

Aan liefde.

Vier jaar lang heb ik daar gewerkt met heel mijn ziel en zaligheid. En daar ben ik nog steeds ontzettend trots op.

Misschien juist daarom doet het zoveel pijn dat dit hoofdstuk waarschijnlijk ten einde loopt.

Maar tijdens het schrijven van dat portfolio gebeurde er iets bijzonders.

Pagina na pagina kwam ik dingen tegen waarvan ik bijna vergeten was dat ik ze kon.

Projecten.

Ideeën.

Oplossingen.

Dingen die ik mezelf had aangeleerd.

Dingen die ik had opgebouwd.

En steeds vaker dacht ik:

Wauw… dit kan ik eigenlijk allemaal wel.

Dat klinkt misschien simpel. Maar voor iemand die jarenlang beter was in zichzelf afkraken dan zichzelf waarderen, is dat best een bijzonder besef.

Ik bleef het zien als iets wat mij misschien kon helpen bij het vinden van een nieuwe toekomstige baan.

Tot Angelique van Care for Cancer mij weer eens liefdevol met beide benen op de grond zette, zoals ze wel vaker doet.

Ze vertelde me dat dit veel meer was dan een hulpmiddel voor een werkgever. Dat het eigenlijk een prachtig document was geworden voor mezelf. Voor Eric. Voor de jongens.

Een bundeling van wie ik ben, wat ik heb gedaan, wat ik heb geleerd en wat ik allemaal in huis heb.

En ineens begon ik dat zelf ook te zien.

Jarenlang heb ik mezelf vooral beoordeeld op wat ik niet had.

Geen indrukwekkende stapel diploma’s.

Geen standaard carrièrepad.

Geen keurige route van A naar B.

Maar terwijl ik pagina na pagina aan het vullen was, zag ik iets heel anders.

Ik zag iemand die zichzelf ontzettend veel heeft aangeleerd. Iemand die kansen creëerde als ze er niet waren. Iemand die verantwoordelijkheid nam, mensen hielp, projecten opzette, dingen organiseerde, problemen oploste en zich, ondanks alles wat er op haar pad kwam, steeds opnieuw wist te ontwikkelen.

Nou…

En er is wat op mijn pad gekomen hoor.

Voor het eerst keek ik niet naar alles wat ik nog niet was, maar naar alles wat ik al geworden was.

En eerlijk?

Dat besef kwam harder binnen dan ik had verwacht.

Ondertussen draaide het leven natuurlijk gewoon door.

Of nou ja… “gewoon”.

 

Want de eerste borstcontrole na mijn behandeling kwam eraan.

Ik dacht eigenlijk dat ik daar best ontspannen onder was.

Dat bleek een vrij optimistische gedachte.

De stress liep zo hoog op dat mijn fysiotherapeut op een gegeven moment zei:

“Bel de mamacare nou maar en vraag advies, want dit trek je niet meer.”

En eerlijk?

Ze had gelijk.

Ik scheet werkelijk in mijn broek van angst.

Mijn borst deed gezellig mee en werd keihard van de spanning. De fibrose reageert namelijk uitstekend op stress. Daar hoeven we geen onderzoek meer naar te doen.

Na overleg werd besloten om de foto’s een maand eerder te maken.

Je wilt niet weten wat er dan allemaal door je hoofd gaat.

Nou ja…

Misschien weet je dat juist wel.

Veel mensen die zo’n traject hebben doorlopen zullen het herkennen.

Je begint weer voorzichtig vooruit te kijken. Je krijgt weer een beetje vertrouwen. En ineens flitst je hele leven weer voorbij.

Alsof je hoofd denkt:

“Weet je wat leuk is? Laten we alle rampscenario’s nog een keer afspelen.”

 

En tegelijkertijd liep ook het onderzoek bij de reumatoloog.

Na maanden van ontstekingen, dikke gewrichten, worstvingers en pijnen die steeds terugkwamen, werd er een breed bloedbeeld geprikt en werden foto’s gemaakt van mijn handen en schouders. Er volgen nog echo’s en binnenkort krijg ik de definitieve uitslagen.

Niet veel later na het bloedonderzoek belde mijn oncoloog.

Eigenlijk om te overleggen wat we met de hormoontherapie moesten doen, omdat ik daar al een tijd mee gestopt was.

Maar het gesprek kreeg een andere wending.

Misschien moest ik toch maar eerder contact opnemen met de reumatoloog.

Mijn bloedwaarden zagen er namelijk niet echt gezellig uit.

De mogelijkheid bestaat dat de chemo de reuma tijdelijk heeft stilgelegd en dat die nu weer opvlamt. Misschien zelfs erger dan voorheen.

Eerlijk? Ik had wel vaker pijnen, tijden meer en soms tijden niet zo. Maar reuma?

Ik weet nog niet zo goed wat ik daarvan moet vinden.

Aan de ene kant heb ik het vermoeden dat ik hier misschien al veel langer mee rondloop en dat ik jarenlang op adrenaline ben blijven doorgaan, om vervolgens later de rekening te betalen.

Aan de andere kant ben ik het ook gewoon zat dat mijn lichaam steeds nieuwe verrassingen lijkt te bedenken.

Maar een mogelijke verklaring geeft ook hoop.

Misschien valt er iets te behandelen.

Misschien kan het zelfs beter worden.

Ik weet het gewoon nog niet.

Wat ik wel weet, is dat pijn hebben ellendig is. Constante zeurende pijn aan veel, heel veel gewrichten.

De neuropathie aan mijn rechterkant is er ook nog steeds.

En soms verlang ik naar een periode waarin mijn lichaam even geen nieuw hoofdstuk toevoegt aan een boek dat inmiddels al dik genoeg is.

Maar goed.

Dat overleven we ook wel weer.

 

Dan zijn er ook nog de gesprekken op mijn werk.

Gesprekken die emoties oproepen waar mijn hoofd vervolgens dagenlang mee aan de haal gaat.

Want ik ben een denker.

Een analyseerder.

Ik speel gesprekken honderd keer opnieuw af.

Wat werd er precies gezegd?

Wat werd er bedoeld?

Wat moet ik daarvan vinden?

Vier jaar lang heb ik met liefde en passie gewerkt op het kasteel. De plek waar Eric en ik elkaar ons jawoord hebben gegeven. Een plek vol herinneringen. Een plek die veel meer was dan alleen werk.

En precies op onze trouwdag staat er een gesprek gepland met de arbeidsdeskundige.

Waarschijnlijk een gesprek dat gaat bevestigen wat ik diep van binnen al weet.

Dat dit hoofdstuk ten einde loopt.

Soms heeft het leven een gevoel voor timing waar zelfs de slechtste scenarioschrijver zich voor zou schamen.

 

Het afgelopen anderhalf jaar heb ik niet alleen afscheid moeten nemen van een stuk gezondheid.

Ik heb ook afscheid moeten nemen van mensen.

Van vriendschappen.

Van verwachtingen.

Van het idee dat sommige mensen altijd zouden blijven.

En misschien is dat wel een van de moeilijkste lessen geweest.

Dat niet iedereen met verdriet, verlies of moeilijke periodes omgaat zoals ik dat doe.

Dat niet iedereen dezelfde loyaliteit voelt.

Dat niet iedereen blijft.

En eerlijk?

Daar heb ik meer verdriet van gehad dan ik ooit had verwacht.

Want hoe neem je afscheid van mensen die nog leven?

Hoe rouw je om vriendschappen die niet officieel eindigen, maar langzaam uit elkaar vallen?

Ik heb daar nog steeds niet helemaal het antwoord op.

Maar wat ik wel weet, is dat ik niet meer overal achteraan loop. Niet meer overal mijn energie in stop. Niet meer overal voor vecht.

Omdat ik simpelweg niet meer de energie heb.

En misschien is dat geen verlies.

Misschien is dat een les die ik blijkbaar nog moest leren.

 

Soms voelt het alsof ik mezelf een beetje voor de gek houd.

Niet omdat ik doe alsof het goed gaat.

Maar omdat ik bewust kies om positief te blijven terwijl ik tegelijkertijd doodsbang kan zijn.

Omdat ik foto’s plaats van een wandeling met de honden terwijl ik wacht op uitslagen.

Omdat ik geniet van een mooie dag terwijl ik pijn heb.

Omdat ik lach terwijl ik me zorgen maak.

 

Maar misschien is dat niet jezelf voor de gek houden.

Misschien is dat gewoon leven.

Misschien is dat accepteren dat angst en geluk prima naast elkaar kunnen bestaan. Dat verdriet en dankbaarheid tegelijkertijd aanwezig mogen zijn.

En dat je kunt genieten van vandaag zonder te weten wat morgen brengt.

 

En weet je wat misschien wel het mooiste moment van de afgelopen weken was?

Dat mijn zoon ineens belde.

Gewoon om te vragen hoe het met me ging.

Of ik veel pijn had.

En of we misschien samen ergens konden gaan lunchen.

En even later belde mijn andere zoon met een hulpvraag.

Iets wat hij normaal nooit doet.

En dat ontroerde me.

Niet omdat ik vergeten was wat ik allemaal kwijt ben geraakt.

Maar omdat ik weer even extra bewust werd van alles wat er óók nog is.

Misschien worden mijn jongens groter.

Misschien hebben ze mij minder nodig dan vroeger.

Maar blijkbaar ben ik nog steeds hun moeder.

En blijkbaar heb ik toch iets goed gedaan.

 

Misschien ben ik geen duizendpoot meer.

Vroeger ging ik overal dwars doorheen.

Moe? Door.

Pijn? Door.

Stress? Door.

Tranen? Eerst afmaken.

De rekening kwam later wel.

En geloof me.

Die rekening weet me tegenwoordig feilloos te vinden.

 

Dus tegenwoordig rust ik.

Ik drink mijn koffie.

Ik kijk naar buiten.

Ik wandel met de honden.

Ik kook gezond.

Ik geniet van de kleine dingen.

Ik ga op tijd naar bed.

Ik luister vaker naar mijn lichaam.

Niet altijd hoor.

Ik blijf gewoon Tamara.

Maar wel vaker dan vroeger.

En misschien duurt alles daardoor wat langer.

Mijn herstel.

Mijn plannen.

Mijn website.

Mijn leven.

Maar misschien is dat helemaal niet erg.

Misschien ben ik geen duizendpoot meer.

En misschien hoef ik dat ook niet meer te zijn🤎