De afgelopen weken waren… turbulent.
Zo’n woord dat alles zegt en tegelijk niks. Dus laat ik het maar gewoon eerlijk zeggen: ik heb behoorlijke kutdagen gehad.
De mensen die mij kennen weten: ik ben hooggevoelig. En als stress eenmaal binnenkomt, dan bijt ik me erin vast. Met volle overtuiging. Tot ik mezelf ergens onderweg voor een groot deel kwijtraak.
Na het einde van mijn chemotraject – eindelijk het einde – had ik een stille hoop. Misschien zelfs een illusie. Dat het daarna gewoon beter zou gaan. Dat mijn lijf zou zeggen: oké, dit was het, we gaan door.
En eerlijk is eerlijk: al die maanden chemo ben ik er best goed doorheen gekomen. Natuurlijk was het pittig, maar ik hield me staande. Dus die verwachting was niet eens zo heel gek.
Alleen… kwam die verwachting als een keiharde teleurstelling.
Alsof je de finishlijn overgaat en daar geen champagne staat, maar een bordje met:
“Gefeliciteerd. Hier begint fase 2, troela.”
Er gebeurden dingen. Dingen waar ik nu niet expliciet op in wil gaan, maar die wél veel verdriet brachten. Onbegrip. Eenzaamheid. Verlies van vriendschappen. Of misschien beter gezegd: het besef dat sommige mensen geen vrienden blijken te zijn als het leven echt moeilijk wordt.
Dat vind ik lastig. Niet zwart-wit. Niet goed te plaatsen. Maar het doet pijn. En daar moet blijkbaar ook ruimte voor zijn.
En nee, laat dat duidelijk zijn: ik ben niet alleen. Ik heb een fantastische partner, kinderen, mensen die dicht bij me staan. En niet te vergeten mijn lieve viervoeters.
Maar zelfs met al die liefde kun je je soms toch alleen voelen.
Dat is geen ondankbaarheid.
Dat is gewoon mens-zijn.
Rond oud en nieuw waren we een paar dagen in Lissabon. En ja, ik heb genoten. Maar het was geen vakantie van eindeloos lopen en alles eruit willen halen. Ik was al moe. En hoe dichter ik bij het einde van de chemo kwam, hoe meer mijn lijf begon te protesteren.
Mijn borst liep vol met vocht. Massages hielpen nauwelijks. De fysio was tijdelijk dicht. Timing blijft een talent.
Stress doet iets met je lichaam. Bij mij nu vooral met mijn borst. Alsof die denkt: oh, spanning? Dan doe ik lekker mee.
Het resultaat: enorm oedeem. Putjesoedeem. Een borst die in een paar weken letterlijk halveerde in formaat, en ondertussen wél twee tot drie keer per week oedeemmassages nodig heeft om het vocht überhaupt kwijt te raken.
Inclusief speciale bh’s, speciale ondersteuning en speciale rekeningen. Gelukkig deels vergoed, maar hallo eigen risico — jij bent er ook weer.
Alsof dat nog niet genoeg was, besloot mijn lijf nog wat extra’s toe te voegen.
Neuropathie, die al in mijn rechtervoet zat, begon ook gezellig in mijn andere voet en beide handen. Tintelingen. Doof gevoel. Dat vreemde alles-en-niks-tegelijk.
Een acute tenniselleboog. Gewoon. Omdat het kan.
En mijn nagels, die ook dachten: wij doen mee. Twee nagels lieten los, ontsteking eronder, dus alles eraf. Daarna nog even een schimmeltje eronder. Jeeehhh.
Nu: oliën. Geduld. Heel veel geduld. En ergens in de toekomst hopelijk weer iets dat op nagels lijkt.
De afgelopen week zat bovendien vol dokters- en ziekenhuisbezoeken. En eerlijk? Dat was eigenlijk heel fijn.
Even langs de Mamacare-verpleegkundige. De fysiotherapeut die zich begon af te vragen hoe we dit oedeem nou precies moesten aanpakken. De huisarts die zei: dit moeten we niet alleen bij de fysio laten.
Dus weer terug naar het ziekenhuis om bepaalde dingen uit te sluiten.
Bij de mamacare-verpleegkundige werd inderdaad hardnekkig oedeem vastgesteld en de Bratelle bh aangeraden. En heel belangrijk: het advies voor de fysio om op de diepste laag te masseren.
Een dag later diende zich het volgende probleem aan: enorme pijn in mijn ribben.
Ik sliep al slecht, maar nu helemaal niet meer. Ik kon me amper omdraaien in bed.
De hoest die ik al weken had, deed er blijkbaar nog een schepje bovenop. De ribpijn werd ineens echt heftig. Niet “even een pijntje”, maar iets wat je bij elke ademhaling en beweging voelt.
Dus nu even een paar dagen codeïne om mijn ribben rust te geven.
De telefonische afspraak met mijn oncoloog heb ik omgezet naar een fysieke. Ik zat vol vragen en twijfels. Dit bespreek je gewoon beter aan tafel.
En dat was zó prettig.
Alles kwam voorbij: borst, oedeem, ribben, nagels, neuropathie, tenniselleboog — noem het en het lag op tafel. Zelfs de vakantie, waar iedereen natuurlijk ook weer iets van vindt.
En door al die gesprekken en onderzoeken — huisarts, fysio, Mamacare, oncoloog en zelfs de dame die mijn Bratelle aanmat — viel er ineens veel op zijn plek.
Wat me ergens ook geruststelde: ik hoorde hetzelfde verhaal meerdere keren terug.
Dit zijn echte naweeën van de behandelingen. Naweeën die heel veel mensen ervaren ná chemo en bestralingen.
Blijkbaar komt de rekening soms pas daarna.
Geduld, geduld, geduld… het wordt beter.
Het is alsof mijn lijf zegt: dit is de optelsom.
En het mooiste advies van de oncoloog?
“Juist nú moet je op vakantie.”
Waarheen maakt niet uit. Je kunt overal ziek worden, overal iets oplopen. Dat is geen reden om thuis te blijven. Mijn immuunsysteem is weer op orde. De nagels zijn lelijk, maar niet gevaarlijk.
De letrozol zorgt voor stemmingswisselingen en dat heerlijke gevoel alsof je als een oude vrouw van de bank afkomt. Warmte gaat helpen. Sauna. Warme baden.
En ja hoor: vakantie.
En toen kwam de zin die alles samenvatte.
Als ik onverhoopt voedselvergiftiging krijg, dan kots en schijt ik me net zo leeg als ieder ander normaal mens. En daarna is het gewoon weer over.
Geen extra drama. Geen porseleinen pop.
Gewoon mens. Met een wc.
En hopelijk daarna weer een strandbedje.
Mentaal blijft het zoeken.
Ik ben nog steeds positief. Ik kan lachen. Ik ben nog steeds ik — met humor, sarcasme en zelfspot.
Maar die vanzelfsprekende kracht… die energie… die mis ik.
Ik voel me vaker licht somber.
Of dat de letrozol is, of gewoon alles bij elkaar — dat gaan we zien.
Ik slik sertraline om mijn hoofd iets minder op standje “50 tabbladen tegelijk” te laten draaien, en er wordt gekeken of dat aangepast moet worden.
Maar eerst: rust.
Het advies nu?
Mediteren. Rustmomenten. Een middag dutje onder de dekens (voor mij ongeveer een mentale marathon).
Gezond eten — al blijft dat soms ingewikkeld door oude triggers.
Yoga. Beweging. En vooral: holistisch kijken.
Niet alleen naar herstel van kanker, maar naar hoe ik überhaupt in het leven wil staan.
Dus ja.
We gaan weg.
Even weg van het moeten. Of misschien juist even naar een leven met rust, klankschalen, warmte en niets bewijzen.
Ik hoop zo dat het binnenkort beter met me gaat.
Dat ik de oude draad weer een beetje kan oppakken.
En als jij jezelf ergens herkent in dit verhaal:
weet dat je niet alleen bent.
En als je je verhaal wilt delen — ik luister graag 🤍