Gefeliciteerd. Hier begint fase twee.

Gepubliceerd op 6 februari 2026 om 14:00
Leven na chemo – persoonlijk verhaal over herstel na borstkanker, omgaan met klachten, pijn en de naweeën van behandelingen


Na de chemo dacht ik dat het beter zou gaan. Toen begon het pas.

De afgelopen weken waren turbulent.

Zo’n woord dat alles zegt en tegelijk helemaal niks.

Dus laat ik het maar gewoon eerlijk zeggen: ik heb behoorlijk wat kutdagen gehad.

De mensen die mij kennen weten hoe hooggevoelig ik ben. En als stress eenmaal binnenkomt, dan bijt ik me erin vast. Met volle overtuiging. Tot ik mezelf ergens onderweg een beetje kwijt raak.

Na mijn laatste chemo had ik namelijk een verwachting. Misschien zelfs een illusie. Dat mijn lichaam zou zeggen:

“Zo Tamara, dat hebben we gehad. Tijd om weer lekker verder te gaan.”

En eerlijk is eerlijk, tijdens de chemo hield ik me verrassend goed staande. Natuurlijk was het zwaar, maar ik bleef overeind. Dus die gedachte was helemaal niet zo gek.

Alleen bleek herstel iets anders te werken.

Blijkbaar haal je de finish van chemo om vervolgens te ontdekken dat er nóg een wedstrijd op je staat te wachten.

Het voelde een beetje alsof ik de finishlijn van een marathon overging en daar geen champagne stond, maar een bordje met:

Gefeliciteerd. Hier begint fase twee.

En geloof me, daar had niemand me echt op voorbereid.

Er gebeurden dingen. Dingen waar ik nu niet allemaal op in wil gaan, maar die wel veel verdriet brachten. Onbegrip. Teleurstelling. Eenzaamheid. Het verlies van vriendschappen. Of misschien beter gezegd: het besef dat sommige mensen geen vrienden blijken te zijn als het leven echt moeilijk wordt.

Dat vind ik nog steeds lastig.

Niet zwart-wit.

Niet makkelijk uit te leggen.

Maar het doet pijn.

En blijkbaar moet daar ook gewoon ruimte voor zijn.

En nee, laat dat duidelijk zijn. Ik ben niet alleen. Ik heb Eric. Mijn kinderen. Mensen die dichtbij me staan. En natuurlijk mijn lieve viervoeters.

Maar zelfs met al die liefde kun je je soms toch heel verdomd alleen voelen.

Dat is geen ondankbaarheid.

Dat is gewoon mens zijn.

Rond oud en nieuw waren we een paar dagen in Lissabon. En ik heb genoten. Echt genoten. Maar het was geen vakantie waarbij ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat door een stad wilde rennen om alles te zien.

Ik was moe.

Niet een beetje moe.

Maar dat soort moe waarbij je op een bank neerploft en vervolgens niet meer weet waarom je eigenlijk opstond.

En hoe dichter ik bij het einde van mijn behandelingen kwam, hoe harder mijn lichaam begon te protesteren.

Mijn borst liep vol vocht.

Mijn voeten begonnen te tintelen.

Mijn handen deden gezellig mee.

Mijn nagels besloten gedeeltelijk los te laten.

En alsof mijn lichaam nog niet genoeg punten had verzameld, kwam er ook nog een flinke ontsteking in mijn elleboog bij én een ribpijn die zo heftig werd dat slapen, omdraaien in bed, hoesten of zelfs niezen ineens veranderde in een activiteit waarvoor je je mentaal moest voorbereiden.

Op een gegeven moment had ik serieus het gevoel dat mijn lichaam een groepsapp had aangemaakt waarin ieder lichaamsdeel om de beurt riep:

“Ik wil ook nog even klagen!”

Mijn borst veranderde ondertussen in een project op zich.

Door de bestralingen ontstond hardnekkig oedeem. Vochtophopingen. Putjesoedeem noemen ze dat zo gezellig. Massages hielpen maar beperkt, de fysio was tijdelijk dicht en mijn borst besloot ondertussen gewoon lekker verder te gaan met vocht verzamelen.

Daar kwamen speciale BH’s bij kijken. Van die BH’s waarvan je denkt: nou, voor dat bedrag verwacht ik eigenlijk dat hij ook de afwas doet.

Maar goed.

Nieuwe afspraken.

Nieuwe adviezen.

Nieuwe rekeningen.

En natuurlijk kwam mijn eigen risico ook weer even enthousiast om de hoek kijken.

Die had me blijkbaar gemist.

De afgelopen weken voelde het soms alsof ik weer een abonnement op het ziekenhuis had genomen. Mammacare, fysiotherapeut, huisarts, oncoloog en zelfs een afspraak voor het aanmeten van die BH.

Maar ergens gebeurde er ook iets goeds.

Langzaam begon alles op zijn plek te vallen.

Want overal hoorde ik hetzelfde verhaal.

Van de mammacareverpleegkundige.

Van de fysiotherapeut.

Van de huisarts.

Van de oncoloog.

Dit zijn naweeën.

Gevolgen van chemo.

Gevolgen van bestraling.

Gevolgen van een lichaam dat maandenlang in overlevingsstand heeft gestaan.

Blijkbaar komt de rekening pas na afloop.

En hoe.

Het advies was overal hetzelfde.

Geduld.

Geduld.

En voor de zekerheid nog wat extra geduld.

Niet bepaald mijn sterkste eigenschap.

De ribpijn werd ondertussen zo heftig dat ik bijna niet meer kon slapen. Omdraaien in bed was een project op zich geworden. Hoesten deed pijn. Niezen deed pijn. Ademhalen voelde soms alsof er iemand met een schroevendraaier tussen mijn ribben zat te porren.

Dus kreeg ik codeïne om het hoesten te onderdrukken en mijn ribben wat rust te geven.

Mijn afspraak met de oncoloog veranderde ik van telefonisch naar fysiek, want ik zat vol vragen. En eerlijk? Dat was een goede keuze.

Want juist tijdens dat gesprek viel er ineens veel op zijn plek.

De mooiste uitspraak kwam uiteindelijk van mijn oncoloog.

Ga op vakantie.

Juist nu.

Ga genieten.

Waarheen maakt niet uit.

Je kunt overal ziek worden.

Overal iets oplopen.

Dat is geen reden om thuis te blijven.

Mijn immuunsysteem is weer op orde.

Mijn nagels zien eruit alsof ze een eigen leven leiden, maar ze zijn niet gevaarlijk.

En toen kwam de uitspraak die alles samenvatte.

Als ik ergens voedselvergiftiging oploop, dan kots en schijt ik me net zo leeg als ieder ander normaal mens.

Geen extra drama.

Geen porseleinen pop.

Gewoon een mens.

En hopelijk daarna weer een strandbedje.

Ik moest er zo hard om lachen.

Want eigenlijk had zij gewoon gelijk.

 

Mentaal blijft het ondertussen zoeken.

Ik ben nog steeds positief.

Ik kan nog steeds lachen.

Ik ben nog steeds ik.

Met humor, sarcasme en zelfspot.

Maar die vanzelfsprekende energie mis ik soms wel.

Ik voel me vaker somber. Of dat nou de Letrozol (hormoontherapie) is, alle gebeurtenissen bij elkaar of gewoon het herstelproces zelf, dat gaan we nog ontdekken.

Voor nu is het advies helder.

Rust.

Mediteren.

Bewegen.

Yoga.

Een middagdutje.

Gezond eten.

Warmte.

Massages.

En vooral stoppen met denken dat ik alles direct weer moet kunnen.

Voor mij is dat ongeveer een mentale marathon op zichzelf.

Dus dat ga ik proberen.

Even weg van het moeten.

Even weg van het bewijzen.

Misschien wat meer richting rust.

Klankschalen.

Zon.

Warmte.

En een leven dat niet voortdurend in de hoogste versnelling hoeft te staan.

Ik hoop dat ik binnenkort weer wat meer van mijn oude energie terugvind.

Maar misschien is dat ook niet helemaal de bedoeling.

Misschien gaat deze fase niet over teruggaan naar wie ik was.

Misschien gaat het juist over ontdekken wie ik word na alles wat achter me ligt.